Het verhaal van Milarepa

Gepubliceerd op 30 augustus 2019 22:45

Het is gewoon te wijten aan aanhoudende inspanningen dat ik verdienste heb verzameld en prestaties heb verworven.

U hebt dergelijke inspanningen nodig, geen andere doctrine. Dit is de essentie van mijn leer.

Of je een Boeddha wordt of niet, hangt af van de inspanning. Er is geen twijfel mogelijk over je bevrijding. Je moet jezelf blijven oefenen met veel doorzettingsvermogen totdat je de realisatie bereikt.

Dit is de meest diepgaande leer: oefenen!

Milarepa

 

Toen Milarepa nog een kind was verloor hij zijn vader. Hij had goede grond in zijn bezit en was een welgestelde man geweest. Nadat zijn vader was overleden nam Milarepa’s oom huishouden over. Deze maakte Milarepa, zijn moeder en jongere zusje tot slaven in hun eigen huis. Ze werden misbruikt en gemarteld op vele manieren.

Hierdoor groeide Milarepa op met veel woede en haat in zich. Toen hij in de pubertijd kwam rende hij weg, liet zijn moeder en zusje achter en wilde wraak nemen op zijn oom en tante voor alles wat ze hem hadden aangedaan.

Hij besloot om onderricht te nemen in de occulte kunsten. Hij bemeesterde bepaalde processen van de occulte magie. Jaren later keer hij terug, zijn moeder en zusje waren inmiddels overleden. Toen Milarepa dit hoorde werd hij nog veel kwader dan hij in al die jaren al was geweest en wachtte op een goed moment om wraak te kunnen nemen.

Milarpa’s neef ging trouwen en zijn oom nodigde al zijn vrienden uit voor de bruiloft. Op die dag had Milarepa gewacht, hij gebruikte zijn magie om een zware hagelstorm op te roepen en het huis te verwoesten. Meer dan 80 gasten overleden, ook zijn oom en tante. Milarepa voelde zich gelukkig en gerechtvaardigd voor wat hij had gedaan, maar na een tijdje begon dit hem dwars te zitten.

Ieder fijngevoelig mens zal op het moment dat hij/zij ergens misbruik van maakt een naar gevoel in zichzelf krijgen. Je moet een bepaald niveau van grofheid hebben om het proces van misbruik voort te kunnen zetten, anders zal er in hem/haar iets fundamenteels verstoord raken.

Zo was dit ook voor Milarepa, iets diep in hem werd verstoord en hij kreeg hier zoveel last van dat hij besloot om hulp te gaan zoeken. Hoe gerechtvaardigd zijn actie ook was, hij had een fundamentele waarde van het leven misbruikt en ging daarom op zoek naar een spirituele wijze van bevrijding. Zijn wens was de ultieme bevrijding van het aardse leven. Hij bezocht vele leraren en meesters, deze waren allemaal oprecht genoeg om toe te geven dat ze niet wisten hoe de volledige bevrijding van het aardse leven in één leven gerealiseerd kon worden. Ze boden hem leringen aan waarmee hij zich kon ontwikkelen, zoals het oefenen van compassie, vriendelijkheid en liefde. Op deze wijze kon hij langzaam naar bevrijding groeien door verschillende levens heen.

Milarepa was niet tevreden met deze leringen en binnenin hem was er nog steeds een brandende woede. Het was een combinatie van spijt, wrok en kwaadheid. Uiteindelijk kwam hij iemand tegen die hem vertelde: ‘de enige persoon die je kan helpen is Marpa.’ Milarepa ging direct op zoek.

Toen hij bij het dorp aankwam waar Marpa leefde, zag hij een groep kinderen en vroeg hen waar hij ‘Marpa de vertaler’ kon vinden. Marpa stond bekend als ‘de vertaler’ omdat hij alle beroemde tantrische Indiase teksten vertaalde. Marpa was driemaal naar India gereisd om daar de belangrijkste meesters te ontmoeten en hun leringen te ontvangen, hij vertaalde hun teksten vervolgens in de lokale talen. Een kind antwoorde ‘ik weet waar hij is’ en nam Milarepa mee naar een veld dat Marpa aan het ploegen was.

Marpa keek Milarepa aan, liep naar hem toe, gaf hem een kalebas bier en zei ‘drink dit en ploeg het veld.’ Milarepa deed wat hem gevraagd werd, Marpa ging weg en het kind bleef bij het veld staan. Nadat hij het veld had geploegd wist hij niet wat hij moest doen en bleef bij het veld staan. Het kind zei ‘nu is het tijd dat je meekomt.’ Hij liep met het kind mee naar huis en realiseerde zich toen dat dit Marpa’s zoon was.

Marpa liet hem allerlei fysieke activiteiten doen. Een paar dagen later boog Milarepa voor hem neer en vroeg ‘leer me alstublieft hoe ik in dit leven bevrijding kan bereiken, zodat ik geen volgend leven meer nodig heb en geef me alstublieft ook eten en onderdak.’ Marpa antwoorde ‘als je wilt zal ik je eten en onderdak geven en zoek je ergens anders onderricht. Of ik zal je onderwijzen en je zorgt zelf voor je eten en onderdak. Kies wat je wilt.’ Zijn keuze was om door hem onderwezen te worden en zelf voor zijn eten en onderdak te zorgen.

Daarom ging Milarepa bedelen. Bevlogen als hij was, overdreef hij dit een beetje. Hij ging tot grote afstanden om te bedelen om verzamelde zakken met tarwe. Hij verzamelde ruim genoeg voor het hele jaar, zodat hij zich kon concentreren op het onderwijs. Een gedeelte van de tarwe verkocht hij en om te koken kocht hij van dat geld een koperen pot.

Hij droeg deze zware lading over een lange afstand terug naar Marpa’s huis en liet het daar met een grote klap op de grond vallen. Marpa was aan het lunchen, hoorde de grote klap en kwam naar buiten. Hij zei ‘Milarepa, het lijkt erop dat je erg boos bent. Je hebt het hele huis laten schudden met alles wat je bij je draagt. Het lijkt erop dat je dit huis ook wilt vernielen, net als het huis van je oom. Ga weg, het is genoeg.’ Milarepa smeekte ‘alstublieft, u had me gevraagd om voor mijn eten te zorgen. Het was te zwaar, daarom liet ik het vallen.' Marpa zei ‘niks ervan. Je hebt de spullen niet goed hebt neergezet, je bent niet geschikt voor mijn onderwijs. Ga maar klusjes doen, onderhoud mijn veld, onderhoud mijn huis, doe wat je wilt.

Jarenlang deed Milarepa al het zware werk. Hij zag hoe vele studenten naar Marpa kwamen en binnen een dag geïnitieerd werden in vele dingen, maar hij kreeg niet één les of initiatie van zijn meester. Meer dan acht jaar gingen zo voorbij…hij wachtte en wachtte.

Op een dag kon hij het niet laten, hij sloop naar binnen toen Marpa lesgaf aan een groep studenten. Ze waren aan het mediteren en hij ging onopgemerkt tussen de anderen zitten.  Marpa stond op met gesloten ogen, pakte zijn staf, sloeg Milarepa, pakte hem beet en duwde hem naar buiten. Toch bleef Milarepa dit proberen, met telkens opnieuw hetzelfde resultaat. Dertien jaren gingen voorbij zonder dat hij ook maar één les of initiatie had ontvangen.

Na al die jaren smeekte hij de vrouw van Marpa die sympathie voor hem voelde en als een moeder voor hem was geworden. ‘Alstublieft vertel hem mij iets te geven. Al is het maar één les of één kleine meditatie. Na al die jaren weet ik nog steeds niets.’ Ze sprak met Marpa en deze stemde onder de voorwaarde dat Milarepa een huis met drie hoeken voor zijn zoon moest bouwen. Het duurde twee jaar voordat Milarepa dit huis had gebouwd. Toen Marpa het huis zag zei hij ‘dit is geen geschikt huis voor mijn zoon. Bouw een huis met vier hoeken.’ Toen dat huis klaar was wilde Marpa een huis met vijf hoeken. Het proces duurde jaren, hij bouwde verschillende huizen op verschillende plaatsen. Toen Marpa tevreden was met het huis zei hij ‘dit is prima, nu wil ik achttien meter hoge torens bij vier hoeken van het huis.’ Toen hij hiermee klaar was begon Milarepa al ouder te worden.

Hij ging terug naar de vrouw van Marpa en smeekte haar opnieuw ‘doe alstublieft iets, mijn leven gaat voorbij zonder dat ik ook maar één les heb ontvangen. Waarom? Ik weet dat ik iets verschrikkelijks heb gedaan en misbruik heb gemaakt van magische krachten, maar heb ik nu niet genoeg gedaan? ’ Opnieuw had ze compassie voor Milarepa. Ze schreef een brief in Marpa’s handschrift aan een monnik die ook initiaties kon geven. Hij ging met deze brief naar de monnik en werd geïnitieerd, maar… er gebeurde helemaal niets. De monnik was gechoqueerd, deze begreep niet waarom er niets gebeurde en wist niet wat hij verder kon doen.

Toen Marpa erachter kwam riep hij de monnik bij zich verbood hem om ooit nog les te geven. Vanuit groot berouw wilde Milarepa zelfmoord te plegen. Marpa riep hem bij zich begon hem te onderwijzen. Hij zei ‘voor wat je in je verleden hebt gedaan, heb ik je methodes gegeven om het uit te werken, maar je neemt onnodig veel tijd. Als je gewoon had gedaan wat ik je had verteld, was dit allang voorbij geweest. Jij werkt hard en zoekt naar een stiekeme uitweg. Door het stiekeme gedrag stel je alles voor vele jaren uit. Nu heb je spijt vanuit de kern van je wezen, je bent bereid om te sterven. Nu ben je er klaar voor.’ Hij initieerde Milarepa, die op de derde dag een visioen kreeg. Hij zag Dakini, de godin van energie en wijsheid en deze vertelde hem ‘je hebt het onderricht van Marpa ontvangen, maar daarin ontbreekt een fundamenteel aspect dat hij zelf ook niet weet. Vraag hem of hij het weet.

Milarepa zocht Marpa op, vertelde over zijn visioen en de vraag die hij moest komen stellen. Marpa boog voor hem neer en antwoorde dat hij niet over deze kennis beschikte. Hij stelde voor om samen naar India te reizen. Ze bezochten daar Marpa’s meester die op de grens bij Nepal leefde. Marpa vertelde zijn meester over het visioen waarin Dakini de boodschap had gegeven dat er een specifieke les nog niet gegeven was. De meester zei tegen Marpa ‘dit kan niet iets zijn wat jij hebt meegemaakt, hoe kom je aan deze boodschap? ’ Marpa legde uit dat het een van zijn leerlingen betrof. De meester boog in de richting van Tibet en zei ‘eindelijk is er in het donkere noorden een klein licht verschenen.’ Hij riep Milarepa bij zich en leerde hem hoe iemand verlichting kan bereiken in het huidige leven.

Toen ze terugkwamen in Tibet werd Marpa de leerling van Milarepa. Milarepa werd een stralend licht in de cultuur van Tibet.

 

Een van de wijze lessen die hij ons leert heeft betrekking op onze innerlijke demonen:

 

Op een avond keerde Milarepa terug naar zijn grot na het verzamelen van brandhout. Toen hij daar aankwam trof hij de grot vol met demonen aan. Ze kookten zijn eten, lazen zijn boeken, sliepen in zijn bed, ze hadden het volledig overgenomen. Milarepa wist over non-dualiteit, had veel inzicht in zichzelf en de ander, maar hij wist nog niet goed hoe hij deze demonen uit zijn grot moest krijgen. Hoewel hij wist en voelde dat ze een projectie van zijn eigen geest waren (alle ongewenste delen van zichzelf), wist hij niet hoe hij moest ontdoen van hen.

Eerst begon hij de demonen te onderwijzen, hij sprak over mededogen en eenheid. Toen hij hiermee klaar was waren de demonen waren er nog steeds. Hij verloor zijn geduld, werd boos en rende op ze af! Maar ze lachten hem alleen maar uit.

Uiteindelijk  gaf Milarepa het op, ging uitgeput op de grond zitten en zei: 'Ik ga niet weg en het lijkt erop dat jullie ook willen blijven, dus laten we hier gewoon samen wonen.' Op dat moment vertrokken ze allemaal, behalve één. Milarepa zei: 'Oh, deze is bijzonder gemeen.' Hij wist niet wat te doen, dus gaf hij zichzelf nog verder over. Hij liep naar de demon toe en zei: "Eet me maar op als dat is wat je wilt." Toen laatste en meest gemene demon dit hoorde verdween hij ook. 


«   »